Het Jachthuis St. Hubertus

Berlage had van 1914 tot 1920 aan het jachthuis gewerkt. Het gebouw
en een groot deel van het interieur is van zijn hand. Hij verbreekt
het dienstverband omdat er spanning was tussen hem en mevrouw Kröller-Müller,
nadat hem gevraagd was om voor Den Haag een museum te ontwerpen. De
beroemde Belgische architect Henry van de Velde volgt hem op (zie museum
te Doornik + Brussel). Hij bouwt het museum op de Hoge Veluwe voor haar.

Deze plaquette is van Mendes da Costa. Afgebeeld is de legende van
St. Hubertus die van de opdrachtgevers verwerkt moest zijn in het jachthuis.
Hubertus was een wereldse man die zijn tijd graag doorbracht met jagen
in plaats van religieuze aangelegenheden zoals kerkbezoek. Hij ziet
in het bos een hert met een lichtend kruis tussen zijn gewei. Dit beeld
wordt vergezeld met de waarschuwing dat wanneer hij zich niet bekeerd
hij naar de hel zou gaan. Door dit visioen bekeerde hij zich tot het
Christendom. De aantrekkingskracht van deze legende voor de heer Kröller
zit hem in het feit dat Hubertus de patroonheilige van de jagers is.
Het verhaal is niet alleen in verhalende vorm in glas en lood en m.b.v.
stenen in het gebouw verwerkt, maar ook in de vorm van het gebouw zelf
verwerkt. De twee vleugels van het gebouw verwijzen naar het gewei van
het hert. De 31 meter hoge toren verwijst naar het kruis.
De zitkamer van mevrouw Kröller-Müller

Het plafond van de theekamer.
De vloeren, wanden en de plafonds zijn versierd met geglazuurde baksten
en tegels. De ontwerpen daarvan zijn van eveneens ontwerpen door Berlage.
De rode cirkel verwijst naar de zon. Het symboliseert het licht dat
deel uit maakte van Hubertus leven nadat hij bekeerd was. Deze kamer
is in vergelijking tot de andere ruimtes erg licht door de grote ramen.
Er is uitkijk op de vijver.

|