Groot begijnenhof

Het Groot Begijnenhof is gesticht rond 1230 . Begijnen zijn vrouwen
die deel uitmaken van een godsdienstige gemeenschap zonder dat
ze de kloostergelofte aflegen. Dergelijke gemeenschappen ontstonden
in de tweede helft van de twaalfde eeuw. Er waren in die tijd
veel meer vrouwen dan mannen waardoor een conventioneel gezinsleven
niet voor iedereen mogelijk was. Dit was mede een gevolg van de
kruistochten. Deze maatschappelijke situatie heeft het ontstaan
van begijnengemeenschappen in de hand gewerkt. De meeste begijnen
deelden een woning. Enkele welgestelde begijnen hadden een eigen
huis. Ondanks dat dergelijke gemeenschappen vaak aangesloten waren
met een kloosterorde vervielen ze niet zelden tot ketterij. De
laatste begijn in het Groot begijnenhof is in1988 gestorven. Er
staat een vroeg-gotische kerk waarvan het grondplan zeer eenvoudig
is, de Sint-Jan-de-Doperkerk. Men is met de bouw van deze kerk
begonnen in 1305. De deur van het gotische hoofdportaal dateert
uit1671. Het interieur dateert hoofdzakelijk uit de achttiende
eeuw. Het bestaat uit een langschip met twee zijbeuken. Een oude
muur bakent het begijnhof af van de rest van de stad. Het vormt
een zeer rustieke oase binnen een levendige stad. Twee zijtakken
van de Dijle verstevigen dit beeld. De meeste huizen en conventen
dateren uit de zestiende en de zeventiende eeuw. Dit begijnenhof
is het grootste begijnenhof van België. Het staat op de Werelderfgoed
lijst van de Unesco. In 1962 is het gekocht door de universiteit,
met uitzondering van de kerk en enkele huizen. Zij hebben het
begijnenhof zorgvuldig gerestaureerd. Momenteel is het bewoond
door studenten, professoren en docenten.


|