Geschiedenis Blois

Gedurende de middeleeuwen waren de graven van Blois gerespecteerde
machtige leenheren. Hun graafschap betrof de streek rond Blois
en Chartre en de Champagne. Één van deze graven
trouwt zelfs met een dochter van Willem de Veroveraar. De zoon
die uit dat huwelijk voortkwam, Stefanus, werd in 1135 koning
van Engeland. De macht van het graafschap bereikte in deze tijd
een hoogtepunt. Guy de Châtillon verkocht het graafschap
in 1392 aan Lodewijk van Orléans (de broer van Karel VI).
Blois werd hierdoor een belangrijke verblijfplaats van Lodewijk
van Orléans en later van zijn zoon Charles d’Orleans.
Deze laatste wordt op 71-jarige leeftijd vader van de toekomstige
Lodewijk XII (ruiterstandbeeld onder). Lodewijk XII volgde in
1498 Karel VI en koos Blois als belangrijkste residentieplaats.

De periode dat Blois de favoriete verblijfplaats was van de koninklijke
familie is het hoogtepunt in de geschiedenis van de stad. In die
tijd is het kasteel uitgebreid en verbouwd, eerst door Lodewijk
XII en vervolgens door Frans I. In 1598 verplaatste Hendrik VI
het hof naar Parijs.
De positie die de stad innam veranderde drastisch. Dit wordt helemaal
duidelijk wanneer Maria de’Medici in 1617 naar Blois wordt
verbannen door haar zoon, Lodewijk XIII. De stad kreeg immers
een balling uit het hof i.p.v. een koning als belangrijkste inwoner.
In 1626 schonk Lodewijk XIII het graafschap van Blois aan zijn
broer Gaston van Orléans. Dit geschenk had als gevolg dat
Gaston van Orléans, een gevaarlijke lastpost, zich op afstand
bevond van het machtscentrum Parijs. Tot zijn dood in 1660 woonde
hij in het kasteel van Blois, alhoewel hij met tussenpozen verbannen
was uit Frankrijk..Tussen 1635 en 1638 liet hij een vleugel bijbouwen
aan het kasteel.
|